Een risico is zo groot als het in je eigen ogen is

Het leek zo’n goed idee een trektocht door de bergen in Albanië. Maar als ik het gammele busje zie voorrijden dat ons die bergen in brengt, slaat de twijfel toe.

Voor vertrek lees ik op internet dat de weg naar het bergdorp absoluut ongeschikt is voor gewone auto’s. Gespecialiseerd lokaal vervoer is gemakkelijk te organiseren, aldus de avonturiers die ons voorgingen. Zo gezegd, zo gedaan. En thuis, veilig achter mijn laptop, zie ik ons al comfortabel in een landrover zitten. Spannend maar veilig. Ik zeil dan wel niet met mijn kinderen de wereld rond, maar wie zegt dat ik geen ondernemende vakantieganger ben?

Het blauwe busje lijkt te stammen uit de tijd dat dictator Enver Hoxha nog de scepter zwaaide in Albanië en die is toch al ruim 30 jaar dood. De rode skai-leren bekleding en de gekleurde lichtjes geven het busje de uitstraling van een kermisattractie.

‘Vanaf mijn plek voorin de bus lijkt het bij elke bocht of we de afgrond inrijden. Het zweet staat op mijn rug.’

Geen haar op mijn hoofd die er aan zou denken om mijn kinderen in Nederland in zoiets te laten vervoeren. Maar hé, we zijn op vakantie! We proppen onze bagage in de laadruimte en stappen in. ‘Hé mam, werkt dat ook een gordel van klittenband?’ ‘Vast wel jongens’, roep ik enthousiast. Het busje zoeft met onverwacht hoge snelheid richting de bergen. Na krap een uur rijden houdt de weg op. Althans de weg zoals wij die kennen. Wat volgt is een eindeloze tocht over bergpaden van nog geen drie meter breed, bedekt met losse stenen. Naast ons een gapende afgrond. Ik begrijp nu waarom ze dit gebied de Vervloekte Bergen noemen.

De chauffeur neemt beurtelings een van zijn twee telefoons op. Er belt altijd wel iemand waardoor hij ons met één hand aan het stuur hortend en stotend van de ene naar de andere haarspeldbocht stuurt. Vanaf mijn plek voorin de bus lijkt het bij elke bocht of we de afgrond inrijden. Het zweet staat op mijn rug. Inmiddels ben ik bereid om me tot welk geloof dan ook te bekeren om weer veilig beneden te komen. Ik kan de krantenkoppen al bijna zien: Nederlands gezin met drie kinderen op dramatische wijze verongelukt in Albanië. Kwamen ze uit Utrecht? Echt? Wie neemt zijn kinderen dan ook mee op zo’n tocht? Onverantwoord.

En alsof hij voelt wat ik denk, draait de chauffeur zich nog eens om en roept in zijn beste Engels: ‘Ik rijd deze weg al 28 jaar, iedere dag. Nog nooit iets gebeurd’. Voor ik kan antwoorden gaat zijn telefoon.

Mijn chauffeur vindt duidelijk niets eng aan zijn bergweggetje. Zoals de Engelsen het zo mooi zeggen: ‘It’s all in the eye of the beholder’. Ook bij het beoordelen van risico’s, realiseer ik me.

Femke de Vries is managing partner bij &samhoud, bijzonder hoogleraar toezicht aan de Rijksuniversiteit Groningen en oud-bestuurslid van toezichthouder AFM. Reageer via columnist@fd.nl.

Deze column is oorspronkelijk verschenen in het Financieel Dagblad en is voor FD-abonnees ook te lezen via https://fd.nl/auteur/femke-de-vries.

Share and Enjoy:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • email

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *