Knoeien is menselijk, maar geen excuus

Ik kan me er niets bij voorstellen, zegt een vriendin die al vijfentwintig jaar in het opsporingsvak zit. Onderwerp van gesprek: geknoei met bewijsmateriaal in de Deventer moordzaak. Vingerafdrukken die niet van verdachte Louwes waren, blijken van het moordwapen geveegd. Louwes zat mogelijk twaalf jaar onschuldig vast.

Misschien moet ik opgelucht zijn dat een ervaren opsporingsambtenaar als mijn vriendin zich niets kan voorstellen bij geknoei met bewijs. Maar dat ben ik niet. De Deventer moordzaak staat namelijk niet op zichzelf. Er zijn legio voorbeelden die laten zien wat druk doet met opsporingsdiensten. Bij de Rotterdamse douane moest mijn team jaarlijks vijfentwintig strafzaken aandragen. Het gevolg: teamleden gingen uit alle macht op zoek naar fraude. Van sommige bedrijven ‘wist’ men zeker dat het verkeerd zat. Er werd daar nooit bewijs gevonden. Gelukkig, denk ik nu.

‘Niets blijkt moeilijker dan je eigen ideeën op te schorten’

Druk van de omgeving om te komen tot een veroordeling kan er zelfs toe leiden dat alles gericht is op het aan elkaar knopen van onwaarschijnlijkheden tot sluitend bewijs. In de zaak Lucia de B. werd met duizelingwekkende statistische berekeningen haar betrokkenheid bij de dood van acht bejaarden en baby’s ‘aangetoond’. Zo kreeg De B. op grond van het adagium ‘je was er bij, dus je bent er bij’ levenslang. Jaren later bleek ze onschuldig.

Niets blijkt moeilijker dan je eigen oordeel opschorten. Zeker onder druk. Dat geldt niet alleen voor opsporingsambtenaren. Tel daarbij op de menselijke neiging om ons vooral te laten overtuigen door ‘feiten’ die ons eigen beeld bevestigen. Ook dat komt in de beste families voor. Ervaren ingenieurs van BP gingen voorbij aan drie negatieve uitkomsten bij een veiligheidstest van een olie-installatie in de Golf van Mexico. Het was geen luiheid of werkdruk die maakte dat de ingenieurs alarmsignalen negeerden. Het paste eenvoudig weg niet in het positieve beeld dat ze hadden van de werkelijkheid. Het gevolg was de grootste olieramp uit de Amerikaanse geschiedenis.

Als een groep eenmaal een oordeel heeft is het lastig daar van af te wijken. En als er dan ook nog veel tijd en geld in een project is gestopt geldt vaak: doorgaan en afmaken. Klinkt bekend vermoedelijk, maar het is een gevaarlijke strategie, en in strafzaken zelfs onverantwoord.

Waarom wind ik me op over de Deventer moordzaak? Omdat de schade van justitiële missers enorm is. Opsporingsdiensten kunnen carrière en privé-leven van mensen maken en breken. Dat schept grote verplichtingen. Druk om te scoren of de drang je gelijk te halen mag nooit een rol spelen. Soms betekent dit dat zaken onopgelost blijven of doelen niet gehaald worden. Het zij zo.

Femke de Vries is managing partner bij &samhoud, bijzonder hoogleraar toezicht aan de RuG en oud-bestuurslid van de AFM.

Deze column is oorspronkelijk verschenen in het Financieel Dagblad en is voor FD-abonnees ook te lezen via https://fd.nl/auteur/femke-de-vries.

Share and Enjoy:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • email

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *