Jong geleerd is oud gedaan

Eén categorie werkenden zullen we vandaag zeker niet aantreffen op de barricaden, als de vakbonden actievoeren voor het bevriezen van de pensioenleeftijd op 66 jaar.

Commissarissen willen het liefst helemaal niet stoppen met werken. Hun leven begint pas als anderen bijna met pensioen gaan. Het tijdschrift Management Scope berekende dat de gemiddelde leeftijd voor mannelijke commissarissen in Nederland 64 jaar is. Voor vrouwen is dat iets lager, maar nog altijd 58 jaar.

Dat is in zekere zin logisch. Een commissaris moet toezicht kunnen houden én het bestuur kunnen bijstaan met raad en daad. Dat vraagt levenservaring. Jonge commissarissen, gewend aan het dagelijks leiden van een bedrijf, zouden bovendien geneigd kunnen zijn op de stoel van de bestuurder te gaan zitten.

Toch wil ik hier pleiten voor een drastische verjonging van het commissariaat, naast de ervaren zestigers. En dan bedoel ik niet met veertigers en vijftigers, maar met twintigers en dertigers.

“Als commissaris doe je zeer nuttige ervaring op. Daar hebben juist jonge talenten baat bij”

Een voor de hand liggend argument is dat zij meer kennis hebben van onderwerpen die hoog staan op de lijstjes met grootste zorgen van ceo’s: cybercrime, snelle technologische ontwikkelingen en zorgvuldig datagebruik. Wie kan het bestuur beter controleren en bijstaan bij dit soort complexe vraagstukken dan deze tech-savvy generatie?

Maar er is een belangrijker argument voor verjonging: een rol als commissaris zal jonge talenten helpen later een betere bestuurder te worden. Het is dus een investering in de toekomst.

De rol van commissaris dwingt immers met een zekere afstand te kijken naar een bedrijf en ervaringen uit de buitenwereld naar binnen te halen. Juist die vaardigheid levert bestuurders van de toekomst een scherper en breder beeld van het eigen bedrijf op.

Daarnaast moet een commissaris verschillende belangen afwegen, waaronder — niet in de laatste plaats — het maatschappelijk belang. Voor bestuurders is dit een essentiële vaardigheid in een maatschappij die van bedrijven vraagt dat ze niet alleen hun eigenbelang nastreven.

Tot slot: er is waarschijnlijk geen betere leerschool voor het begrijpen van de dynamiek in de bestuurskamer. Waar bestuurders zelf onderdeel zijn van die dynamiek, kunnen commissarissen deze van een afstand kritisch bekijken en zo nodig ingrijpen.

Het is zonde om het opdoen van al deze vaardigheden te reserveren voor een generatie commissarissen die eigenlijk al met pensioen is. En wat betreft het gevaar dat de jonge commissaris op de stoel van de bestuurder gaat zitten? Dat loopt wel los. Daar heeft dat jonge talent het veel te druk voor.

Femke de Vries is managing partner bij &samhoud, bijzonder hoogleraar toezicht aan de RuG en oud-bestuurslid van de AFM. Reageer via columnist@fd.nl

Deze column is oorspronkelijk verschenen in het Financieel Dagblad en is voor FD-abonnees ook te lezen via https://fd.nl/auteur/femke-de-vries.

Share and Enjoy:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • email

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *